Vicarie pro… naar Santiago voor een ander
Arnoud Krever
Met de medewerking van Pastoor Dr. Ad van der Helm, docent kerkelijk recht aan de Universiteit van Leuven
Een pelgrim kan voor een ander naar Santiago lopen of fietsen. Die ander wordt dan door de kerk gezien als pelgrim. De kerk stelt wel een aantal regels waaraan moet worden voldaan.
Een deel van de pelgrims die aankomen in Santiago doet dat ter nagedachtenis aan een dierbare die is overleden of om een familielid of vriend te steunen die bij voorbeeld oud of ernstig ziek is. Deze pelgrims kunnen een aangepaste compostela (kerkelijk aankomstbewijs) krijgen met de naam van die persoon erop vermeld. Wie dit doel van de camino niet vermeld, krijgt een standaard compostela. Dat is een gemiste kans en dat is jammer.
Een stukje geschiedenis
In 1122 was de bouw van de Romaanse kathedraal van Santiago voltooid. Dat was voor Paus Callixtus II aanleiding om te bepalen dat het in Santiago een Heilig Jaar zou zijn als de naamdag van Sint Jacob, 25 juli, op een zondag zou vallen. Het eerste Heilige Jaar was in 1126. Het nu volgende Heilige Jaar is 2027. Een ander ritme dus dan in Rome waar iedere 25 jaar een Heilig jaar wordt gevierd.
Aflaat
Een pelgrim die in Santiago aankomt kan een aflaat krijgen. In een gewoon jaar is dat een gedeeltelijke aflaat. In een Heilig Jaar een volledige aflaat. Het komt erop neer dat een deel van of, in een Heilig Jaar, alle in het leven begane zonden de pelgrim na zijn overlijden niet meer worden aangerekend.
Kerkelijke regels
Als je voor een ander naar Santiago loopt of fietst, gelden om te beginnen twee regels. Je mag van de kerk alleen voor een ander lopen als die persoon dat niet zelf kan doen. Overleden, te oud, ernstig ziek, invalide, te jong of nog ongeboren in de moederschoot wordt geaccepteerd. In het laatste geval moet je een naam kunnen opgeven. “Vita Nova”, Latijn voor “Nieuw leven”, is al eens geaccepteerd als voornaam. Verder moet er een relatie zijn tussen degene die aankomt op het pelgrimsbureau en de persoon voor wie de tocht is ondernomen.
Voor de kerk is de persoon voor wie je de tocht hebt ondernomen, de eigenlijke pelgrim. De al dan niet volledige aflaat valt hem of haar toe. Jij bent zijn of haar voeten. Voor jou is je spirituele groei en het plezier van het lopen of fietsen.
In een Heilig Jaar hangt in het pelgrimsbureau een poster met de drie vereisten voor het krijgen van een volledige aflaat. Dat geldt dus voor de persoon voor wie je bent aangekomen! Dezelfde eisen voor een gedeeltelijke aflaat gelden in een “Gewoon jaar”.
- De pelgrim, of diens vertegenwoordiger, moet de kathedraal binnenkomen onder het opzeggen van een gebed. Gesuggereerd wordt een gebed voor de kerk of de paus. De persoon voor wie je bent aangekomen en thuis is, kan dit natuurlijk niet zelf doen.
2/3. Binnen 15 dagen, waarbij de dag van aankomst in Santiago dag 1 is, moet de pelgrim hebben voldaan aan twee sacramenten. Hij moet hebben gebiecht en hij moet ter communie zijn geweest.
Het probleem is hier dat deze twee sacramenten zijn voorbehouden aan personen die katholiek zijn en in harmonie leven met de katholieke kerk. Je hart luchten bij een priester geldt dus niet als biecht voor een niet-katholiek. Ook het ter communie gaan, is formeel niet toegestaan voor niet-katholieken.
Hier staat tegenover dat de kerk een kapstokregel kent, dat “de Moederkerk aanvult wat een oprechte persoon niet vermag te doen”. Als die regel hier van toepassing is, zijn de problemen opgelost, mag je aannemen.
Verder kun je je afvragen of de administratie in de hemel, die het hart van de pelgrim kent, niet veel soepeler omgaat met de regels die de kerk hier beneden heeft opgesteld.
Bovenstaande aanvullende eisen worden in het pelgrimsbureau niet getoetst.
In het pelgrimsbureau
Een pelgrim dient in het pelgrimsbureau op te geven wat de motivatie voor de tocht is. Voor het krijgen van een compostela is een religieuze motivatie verplicht. De motivatie “spiritueel”, die vroeger ook voldoende was voor het krijgen van een compostela, zou je wellicht onder “religieus” kunnen laten vallen.
Is de persoon voor wie je aankomt religieus, dan kun je zonder gewetensbezwaren religieus opgeven. Er wordt gevraagd naar de motivatie van de pelgrim en dat is die ander.
Denk eraan dat je in het pelgrimsbureau met nadruk zegt dat je voor een ander bent aangekomen. De toverwoorden hier zijn “Vicarie pro…”, Latijn voor “Plaatsvervangend voor”.
De twee vragen die je kunt verwachten zijn: “Waarom kan die persoon niet zelf lopen of fietsen naar Santiago?” en “Welke relatie heb je met die persoon?” Bewijsstukken worden niet gevraagd.
De compostela wordt opgesteld op naam van degene die is aangekomen, op jouw naam dus. Onderaan wordt handgeschreven toegevoegd “Vicarie pro” gevolgd door de naam van degene voor wie je bent aangekomen.
Deze compostela is het mooiste cadeau van barmhartigheid dat je kunt geven aan de persoon voor wie je de tocht naar Santiago hebt ondernomen.
Meer hierover kun je lezen in de artikeltjes opgenomen in de website: floresdeloscaminosasantiago.eu